Port Rigmar

Uncategorized — Auke Ypma @ 11:02

Savannah haakt met moeite de stalen kabel om de boom op de kant.

“Jij gaat het houden.” zegt ze als ze het water weer in loopt.

Langzaam trekt de grote landrover zich de kant op. Ze krijgt met haar verkleumde handen de kabel bijna niet meer los. Als ze klaar is rijdt ze door naar een heuvel waar ze uitstapt en met een kompas de dorpjes gaat peilen die aan de horizon oplichten. Rotterdam is ze gister al uit het oog verloren.

Het is koud en het begint te stormen. Ze zal hier overnachten. Binnen in de warmte van de landrover rommelt ze in het dashboardkastje opzoek naar de kaart en de opdracht die ze van Kasper gekregen heeft. Tussen alle papieren zit ook een foto. Een meisje met lang donker krullend haar en hel blauwe ogen kijkt lachend terug tussen haar vriendinnen. Vast besloten legt ze de foto weg en gaat aan de slag met de kaart. De herinneringen suizen in haar oren.

Eerst werd haar stage afgebroken zonder een echte reden. De docent die haar begeleidde, beantwoordde geen mail meer om een afspraak te maken. Een week later was ze ook haar bijbaan kwijt. Haar vrienden kregen een voor een steeds minder tijd voor haar. Nog een paar maanden heeft ze geprobeerd werk te vinden om de huur te betalen maar het lukte niet. Toen merkte ze wat het betekende om in een bedrijfsstad te wonen. Haar hele leven had ze op
privé terrein van Turkel Inc. door gebracht. Nu ze niet meer in dienst was mocht ze hier niet blijven. Ze werd naar de rand van de stad gebracht, een beveiligingsbeambte las een verklaring voor en vroeg of ze die begrepen had. Zonder op het antwoord te wachten sloot hij het hek en liet haar daar achter.

Ze kijkt op de gps en zet de peilingen uit op de kaart. Er staan al veel meer aantekeningen van de laatste twee dagen. Vanuit het oosten kronkelt een weg de kaart op. Met een liniaal tekent ze de nieuwe peilingen in. De peilingen van eerder op de dag komen bij elkaar waar ze nieuwe dorpen aan geven op de blauwe kaart.

Ze kijkt nog eens door de papieren die ze van Kasper gekregen heeft. De opdracht lijkt vrij simpel. Kasper heeft een deal gemaakt met Gilbért de Wilde. Zij moet naar Port Rigmar toe om de deal af te handelen. Kijken of het wat is, betalen en weer terug komen. Hij wilde haar alleen niet precies zeggen wat ze op ging halen maar het betaalde veel beter dan anders. Onder aan de brief staat het adres: Port Rigmar, Kanaal Route 115. In Kaspers handschrift staan de gps coördinaten van Port Rigmar in de marge.

Ze stapt uit en loopt naar de laadbak, pakt een gasbrander en zet water op. Dan loopt ze terug naar de beek waar ze vast zat en spoelt haar kleren uit. Met haar laarzen in de hand loopt ze terug naar de auto. In de laadbak hangt ze haar kleren op naast die van gister die ook nog niet droog zijn. Savannah gooit rijst in het kokende water en zoekt in een kist naar een plastic bak. Ze kiept de kip kerrie met ananas in een ander pannetje en zet die naast de brander. Op de achterbank in de cabine rolt ze haar slaapzak uit en trekt de kleren aan die
er in gerold zitten. Ondergoed, T-shirt met lange mouwen, joggingbroek en een capuchon trui.

Na wat ongeduldig wachten kruipt ze met haar avondmaal haar slaapzak in. Ze gloeit van top tot teen. Ze blaast wolken stoom van de kip af terwijl ze over de vlakte uitkijkt. De wolken in de lucht zijn bijna even bruin als de struiken er onder. Het begint op het dak te tikken en Savannah kijkt even door de achter ruit of het zeil goed vast zit maar er word niks nat.

#

De volgende ochtend staat ze op de motorkap met haar verrekijker te kijken naar drie torens aan de horizon. Op de kaart staan de coördinaten van Rigmar in dezelfde richting. Na een paar minuten stapt ze van de auto af en start de motor. Na een half uur moet ze even zoeken naar een plek waar ze de volgende beek over kan steken. Het water staat hoger na de regen.

Het lijkt een kasteel en word groter en groter als ze dichterbij komt. De torens zijn stalen skeletten die de hemel in reiken. Daar tussen houdt een platform een flatgebouw in de lucht. Op de zijkant staat in meters hoge letters Port Rigmar. De opgestapelde scheepvaart containers er onder vallen in het niets.

Ze heeft een weg gevonden en het begint drukker te worden. Er beginnen huizen langs de weg te staan allemaal gemaakt van containers. Ze kijkt zijwegen in en vraagt zich af waar ze moet zijn. Hier en daar staan straatnamen in ruwe letters op muren geverfd en soms een huisnummer. Een hele stad van containers die niet op de kaart staat. Denkt ze vol ongeloof.

Ze kijkt nog eens naar het adres, Kanaal route 115, Het “Treasure” Warenhuis.

“Ik hoop dat het maar niet in het centrum is.”

Ze vraagt de weg aan een dikke man die op een bankje voor zijn schoenen winkel een sigaar zit te roken.

“Doorrijden tot aan de kruising en dan links af, dat is het begin.”

De kruising is een groot plein waar bijna niet door te komen is. Aan de zuid kant staat een groot bord “Kanaal Route” met een pijl. Tussen alle reclame borden ziet ze soms een huisnummer staan. 5, 10, 11. Heel langzaam loopt het op. Hoe verder ze van Port Rigmar af is hoe meer afstand er tussen de nummers zit.

Nummer 115 is een garage met een erf afgezet door olievaten gevuld met zand. Pas een kilometer verder op staat een volgend gebouw. De garage bestaat uit twee stapels containers met een schuin golfplaten dak er tussen. Aan de voorkant is de binnenplaats afgesloten met twee containers waarvan aan beide kanten de deuren open staan. Daarboven een rij houten luiken.

Op het erf staat een auto die ze kent. Harry is er, dat is geen goed teken. Savannah zet haar auto voor de omheining neer. Ze kijkt of haar geweer is doorgeladen en pakt nog wat papieren uit het dashboard kastje. Harry wacht bij de poort op haar.

Ze kent hem al een paar jaar. De eerste keer dat ze elkaar tegen kwamen probeerde hij haar van haar auto te beroven. Nu had hij een litteken dat hem herinnerde aan hoe moeilijk Savannah zijn leven kan maken. Ondertussen waren ze vaste vijanden geworden.

“Hallo.” Hij ziet er ongemakkelijk uit in zijn jasje.

“Hallo, Ik kom. . . ” Ze kijkt even. “JX25-g ophalen.” Laat het geen container lading vol zijn. Denkt ze bij zichzelf. Ze hoopt snel weg te zijn hier.

“En je kunt betalen?”

Ze kijkt hem geïrriteerd aan.

“Mijn helft van de deal is zwaar genoeg om niet uit de auto te halen voor ik gezien heb wat ik er voor krijg.”

“Ik kan je hem niet zomaar mee geven.” En met een zucht. “Verkoper wil je spreken.”

“Want?”

“Hij wil weten aan wie hij verkoopt.” Zegt hij met weinig enthousiasme.

“HA! Ik kom het alleen ophalen.” Harry heeft vast de verkeerde belazerd. Ze kan er niet rouwig om zijn. Hij stapt aan de kant om haar voor te laten gaan, maar ze moet er niks van hebben.

“Jij eerst.”

Savannah is er niet gerust op. Wat ze kwam doen kan aan de poort gedaan worden. Harry hoort hier niet te zijn en ze wil al helemaal niet met de verkoper praten. Hij leidt haar over het erf, waar een jongen onder een auto ligt te sleutelen, naar de binnenplaats. Daar is een trap naar de eerste verdieping.

Boven staat een deur van een magazijn open. Er staan kratten frisdrank en dozen vol met blikken opgestapeld. Verf bladdert van de stalen muren en er staat water in een hoek van de kamer. Ze volgt Harry een andere kamer in. De kamer boven de ingang van het gebouw is groot. Er staat een grote kachel in het midden met stoelen er om heen. De rechter wand bestaat uit boekenkasten waar scheepslampen voor hangen. Geen enkele is het zelfde. De stalen muren aan de andere kant zijn met gordijnen en kleden bedekt. De achterwand bestaat
uit houten luiken. Een daar van staat open en geeft uitzicht op het erf. Op de vloer liggen kleden van alle soorten en maten.

“Meneer, de koerier is er.”

“Moment.” Er zit een kale man achter een bureau te lezen. Savannah kijkt verbaasd van Harry naar de man. Ze heeft hem nog nooit zo geduldig mee gemaakt. De man drinkt zijn glas leeg en kijkt op. Hij laat zijn glas achter op een kastje met flessen als hij naar haar toe komt.

“De Wilde” mompelt hij bijna onverstaanbaar.

“Savannah van der Veer”

“Voor wie werkt U?” Hij laat haar hand niet los maar kijkt naar een van de kleerhaken in de mouw van haar jas. Als het stil blijft kijkt hij naar Harry om te horen of hij het weet. Harry besluit de kamer uit te lopen en doet de deur dicht. De Wilde gaat zijn glas bijvullen.

Savannah heeft een hekel aan mensen in pak. Ze herinneren haar aan lange gangen met glimmende vloeren en lokalen vol met leerlingen die altijd deden wat er gevraagd werd. De Wilde gaat er alles aan doen om belangrijk te zijn, zo dat ze moet doet wat van haar vraagt word. Ze kon niet goed gehoorzamen, dat kan ze nog steeds niet.

Als de Wilde zich omdraait met een vol glas vind hij haar in een van de leren stoelen voor zijn bureau. De Wilde bood haar al geen glas aan toen hij het zijne ging bijvullen. Dan zal hij ook geen stoel aanbieden. Ze gaat niet staan terwijl ze met hem bezig is. Ze is niet in dienst van hem en dat gaat hij weten ook.

“Ik kan niet veel van de gemaakte afspraken afwijken. Ik kom de verkoop alleen afhandelen. Als U nu afziet van de verkoop zijn daar ook kosten aan verbonden.” Savannah glimlacht. De deal is al gemaakt en de Wilde, aan het uiterste randje van Port Rigmar gaat daar niks aan veranderen.

“Juist ja.” Hij gaat weer zitten en begint een mandarijn te pellen. Ze wacht geduldig. De Wilde krijgt haar niet gek met dit soort spelletjes.

“Er zijn wat onvoorziene kosten die nog gedekt moeten worden die niet in het contract staan,” zegt hij.

Maar Savannah kan dit ook.

“Moeten deze kosten nog gemaakt worden of kan dit nu afgehandeld worden?” Als ze met Harry nog ergens naar toe moet om het te gaan halen, gaat ze meteen weg. Ze is hier alleen gekomen om iets op te halen. Om te voorkomen dat de Wilde ziet ziet hoe geïrriteerd ze is, staat ze op en pakt een glas.

“Hoe bedoelt u?”

Door het raam ziet ze Harry kletsen met de monteur. Nu mag de Wilde even wachten tot zij klaar is. Ze zet de fles terug en draait zich om. Het kastje kraakt als je er tegen aan leunt.

“Laat eens zien wat U heeft.” Savannah nipt uit haar glas om haar lach te verbergen. De Wilde moest nu doen wat zij zei en hij had er zelf om gevraagd. Uit een van de lades haalt hij een laptop zet hem aan en schuift die naar haar toe. Tussen de papieren die ze mee genomen had zat een foto van iemand die ook zo’n laptop had.

“Alstublieft”

Ze zet haar glas naast zijn schone glas. Hij kijkt naar de motorolie op haar glas terwijl zij met de laptop bezig is. Ze zoekt naar bestanden die op een even vuil blaadje staan. Daarvoor is ze hier naartoe gekomen. De laptop is alleen niks waard er moet ook wat op staan. Als ze ze vindt probeerd ze er een te openen. Ze moet een wachtwoord geven, met een zucht gaat ze weer zitten en legt een voet op haar knie. De Wilde kijkt naar de korsten modder die van haar laars vallen.

“Er zou ook nog wat op staan.” En ze gebaart naar het ding. Geschrokken kijkt De Wilde naar de laptop. Hij pakt hem op en loopt een zijkamer in. Ze hoort hem met iemand praten en wat gestommel. Ze probeert om de hoek te kijken maar loopt naar de drankkast als het niet lukt.

De laptop staat weer op het bureau en laat een onderzoeksrapport zien. Ze heeft geen idee waar het over gaat maar ze heeft de titel op Kaspers papieren zien staan. Zonder wachtwoord heeft ze er nog steeds niks aan en degene die dat heeft zit hier naast. Als de Wilde het niet uit hem gekregen heeft en Harry ook niet dan moet ze hem ook meenemen. Daarom was Kasper zo geheimzinnig.

Daarnaast is de enige manier waarop je Harry in de buurt houdt hem duur te betalen. Geld dat meneer de Wilde van nummer 115 op de kanaal route niet lijkt te hebben. Hij kan Harry niet betalen en zet haar nu af om hem af te kopen. Ze hoeft alleen Harry lang genoeg af te leiden en ze kan de laptop met wachtwoord en al jatten. Langzaam loopt ze terug naar het bureau. Met vragende ogen houd ze de fles om hoog. De Wilde reikt zijn glas over het bureau aan. Ze zet haar glas neer pakt zijn pols, geeft er een ruk aan en slaat hem met de fles neer.Snel kijkt ze door het raam maar niemand heeft iets gehoord.

#

In het zijkamertje zit een man. Hij kruipt in een hoek weg als ze binnen komt maar hij zit met hand boeien aan de vloer geketend.

“Die laptop is van jou of niet?”

Aarzelend knikt hij.

“de Wilde heeft hem nog niet betaald of wel?”

Hij schud zijn hoofd.

“Wil je hier blijven?”

Hij lijkt hier even over na te moeten denken.

“Nee.”

Ze sleept de Wilde naar binnen en maakt hem vast aan de vloer met sleutels die ze uit een bureau la viste. Dan maakt ze de man lost.

“J-Jord.”

“Savannah”

Jord knikt.

Ze bekijkt hem eens goed. Hij ziet er bleek uit onder zijn vuile kleren en zijn ogen zijn wat ingevallen.

“Jij gaat voor mij uit naar de landrover die voor de poort staat.”

Ze pakt de laptop en ze lopen naar buiten. Op het erf komen ze Harry en de monteur tegen, een jongen van een jaar of 16. Jord loopt door en gaat in de auto zitten.

“Kunnen jullie helpen uitladen?” Ze slaat het zeil op en laat de klep naar beneden. Er staan kratten en dozen in de laadbak. De monteur begint meteen dozen uit te laden.

“Je hebt hem mee gekregen?” vraagt Harry.

“Misschien kan De Wilde je nu wel betalen.” Hij fronst en kijkt nog even naar de kratten en loopt naar binnen.

“Zet eerst hier maar neer.” Zegt ze tegen de monteur die met de kratten wil beginnen. “Het kan straks wel naar binnen.” Hij knikt en zet een voor een de zware kratten voor de poort neer. Ze wacht tot Harry uit het zicht is, geeft de monteur nog een krat, doet de laadklep dicht en scheurt weg.

#

Als het donker wordt stopt ze in een kleine vallei en gaat ze kijken of ze Harry al kwijt is. Na tien minuten geeft ze het op. Ze weet niet waar hij is. Als ze hem morgen ook niet ziet is ze hem waarschijnlijk kwijt.

Ze draait zich om naar de auto, ze wil niet met Jord in de auto slapen. Als hij niet ziek was zou ze hem in de achterbak kunnen leggen. Misschien moet dat ook maar voor een nacht. Jord kijkt naar haar als ze weer terug loopt naar de auto.

“Is dit echt nodig?” Hij trekt aan zijn boeien die aan de bank vast zitten. Ze antwoord niet maar pakt haar pyjama uit de slaapzak en gaat weer naar buiten.

Achter de auto maakt ze het zeil weer vast en kijkt of Jord haar niet in de achteruitkijkspiegels kan zien. Dan gaat ze zich omkleden. Eerst trekt ze de capuchontrui aan voordat ze haar T-shirt uitrekt die ze als washand gebruikt. Als ze klaar is gaat ze weer naar binnen met een brander, een blik bonen en een bakje met macaroni.

Ze zet de macaroni op en als die klaar is maakt ze het blik bonen open en zet die op de brander. Ze kijkt naar Jord om te zien wat hij doet. Hij kijkt naar zijn handen maar zegt niks. De bonen zijn klaar als ze haar eten half op heeft. Ze maakt hem los en laat hem eten terwijl haar eten koud wordt.

“Die foto,” begint hij “die is van het Nerris Museum of niet?”

Savannah kijkt met grote ogen naar het dashboard kastje dat open staat.

“Ik dacht dat dat niet open was voor publiek, alleen Turkel.”

Nu weet ze zeker dat hij in de achterbak gaat slapen. Dit is precies waarom ze niemand in haar auto wil hebben.

“Ja”

“We gaan terug of niet?”

Ze schud nee. “Ik heb je voor iemand anders gekocht.” Ze ziet hoe Jord slikt en haar maag draait zich om.

“Kom.” Hij volgt haar naar de achterbak. Keus heeft hij niet. Hij is ziek, geboeid, ongewapend en heeft geen idee waar hij is. Alles wat zij niet is. Ze breekt van een van de laatste kratten die nog in de achterbak staan de deksel af en legt die op de stalen vloer. Uit een kist achter de cabine haalt ze meer dekens en legt die daar over heen.

“Dit is warm genoeg voor vannacht.” Ze maakt een van Jord’s handen aan een ketting vast en geeft hem een doosje pijnstillers.

“Wat zijn dit?” Hij houd het doosje omhoog om het te bekijken.

“Pijnstillers.”

“Dankje.” Hij lacht naar haar.

Binnen maakt ze haar eten weer warm maar ze proeft het niet. Ze moet weten wat er gebeurt is. Ze kan anders niet slapen vannacht. Met moed in haar schoenen slaat ze het zeil weer omhoog.

“Hier” Zegt ze en ze zet het pannetje met macaroni voor hem neer. Ze kijkt hoe Jord het op schoot neemt en weer gaat eten. Hij moet lang niet gegeten hebben.

“Waarom ben je niet gebleven?” Vraagt ze als hij het eten op heeft.

“Ik zou aangenomen worden bij Nimmo. Maar dat gaat niet gebeuren of wel?”

Ze kijkt hem vragend aan.

Met een zucht gaat hij verder. “Op de laptop staan onderzoeks gegevens waarmee ik bij Nimmo verder zou gaan werken.”

“Wat voor onderzoek?”

“NG, het project, ontwikkelde implantaten. We kijken vooral naar verbindingen met het zenuwstelsel. Hoe groter het aantal verbindingen hoe meer kans dat het implantaat werd afstoten. Wij deden onderzoek om te kijken of we het aantal zouden kunnen vergroten van een paar honderd tot miljarden. En het is gelukt. Alleen was bijna elk divisiehoofd bang dat zijn omzet zou kelderen als ons onderzoek ook gebruikt zou worden. Twee jaar lang heeft het project nog bestaan. Daarna is het in de ijskast gezet. De meeste medewerkers moesten met hun familie naar een andere vestiging. Degenen zonder hadden het nog moeilijker.”

“En Nimmo zou je aannemen als je het meenam?”

“Ik dacht dat het de gok waard was.”

Ze ziet dat hij de moed een week geleden al had op gegeven. Ze gaat weer terug de cabine in. Slapen kon ze nog niet maar ze was wel opgelucht dat hij niemand had achtergelaten.

De volgende ochtend schreeuwt de wekker haar wakker. Het is nog donker buiten. Ze haalt Jord naar binnen en gaat richting het licht. Bij zonsopkomst stoppen ze. Tijdens het ontbijt zit ze met haar verrekijker in de bosjes en zoekt de horizon af. Als ze haar brood op heeft en bijna terug naar de auto wil, ziet ze in de verte een voorruit zonlicht weerkaatsen. Zo snel ze kan zijn ze weer onderweg.

#

“Wat ga je doen als Harry ons inhaalt?”

“Hier kunnen we stoppen.” Jord kijkt rond naar de open plek tussen alle struiken. Ze maakt hem los en ze loopt naar de achterkant van de auto.

“Snel de achterbak moet leeg.” Ze slepen de laatste kratten de auto uit. De laatste landt op zijn zij als ze hem van de laadbak afkiepen. Ze rijdt de auto naar de andere kant van de open plek waar ze wachten. Savannah staat met pistool in de hand naast de landrover en Jord zit onrustig op de passagiers stoel.

Eerst horen ze de motor en dan komt een grijze jeep uit de struiken. Hij stopt naast de landrover en Harry stapt uit.

“He” Zegt hij met een stenen gezicht.

“Wat moet je?”

“Ik moet betaald worden. Volledig betaald worden.”

“Ik ben je niks schuldig.” Harry kijkt van Savannah naar Jord en weer terug.

“Laatste kratten. Waar zijn die?”

“Daar.” Ze wil weg en hoopt dat hij de kratten belangrijker vindt. Harry loopt naar de achterbak van de landrover en slaat het zeil open.

“He!” Ze laad haar geweer door. “Ga je spullen halen.”

De achterbak is leeg en hij stapt grijnzend met handen omhoog naar achteren.

“Ok, ok.” Hij stapt weer in de jeep en rijd naar ze toe. Ze blijft kijken tot hij uitstapt en ze probeert in te laden.

“Dat was het?”

“Misschien…” Hij moet ze wel heel hard nodig hebben als hij er een dag lang achter aangaat. Ze start de auto en Harry verdwijnt uit het zicht. Tien minuten later stopt ze weer vlak achter een heuvel. Ze stapt uit en luistert.

“Blijf in de auto.” Ze pakt de verrekijker en de sleutels en sprint het heuveltje op en tijgert naar de top. Ze zoekt de struiken af naar een teken van Harry of zijn auto. Maar ze kan niks vinden. Ongerust kijkt ze achter zich. Wat als hij al voorbij gereden is? Ze vloekt. Jord loopt naar de overkant van de weg.

Als ze op wil staan hoort ze de jeep aan komen. Jord ziet hem en duikt achter een boom. Ze is halverwege als hij net voorbij de landrover stopt. Met getrokken pistool zoekt hij de struiken af.

Savannah vuurt het eerste schot. Hij duikt tussen de auto’s. Ze rent achter de landrover langs en probeert hem met de kolf van haar geweer neer te slaan. Hij valt maar weet nog een schot te lossen. Ze trapt zijn pistool weg en hij duwt haar zo hard als hij kan weg. De kolf van haar geweer gaat door een van de zijruiten van de jeep. Harry grijpt naar de loop van het geweer en weet die vast te pakken. Met een ruk is ze haar geweer kwijt. Haar knie komt zo hard als ze kan in zijn kruis. Het geweer klettert op de motorkap. Er zit een vuist in haar
maag en ze kan geen adem meer halen. Ze duikt weg voor de volgende. Uit het kozijn graait ze een hand glas en duwt de kiezel-vormige schreven in zijn gezicht. Ze valt als hij met zijn volle gewicht haar weg duwt. Ze weet de eerste trap te weren maar de tweede treft haar vol in haar maag.

Dan klinkt er weer een schot. Jord staat aan de kant van de weg te trillen. Harry kijkt verbaast naar hem.

“Weg” Zegt hij. “Ga weg!”

Harry heft zijn handen en stapt achter uit. Ze voelt druppels in haar nek en kijkt onder de auto. Het ruikt naar benzine. Geschrokken staat ze op. Hij is grijs, niet haar auto. Ze pakt haar geweer. Jord staat te twijfelen. Ze richt, Harry blijft staan.

“Jord haal zijn auto leeg.” Voorzichtig loopt Jord naar de auto en kijkt naar binnen. “Ik let op Harry.”

Hij legt het pistool neer en haalt alles wat hij kan pakken uit de auto. Zolang hij maar niet met dat pistool bezig is hoe beter.

“Leg maar in de achter bak.” Gasbrander, zaklamp een nieuwe gps, pannen. Hij neemt ze allemaal mee.

“Zet een pan onder de tank.” Hij snapt het niet. “Voor de benzine.”

“Kijk of je een kaart kunt vinden.” Alles is beter dan wat ze nu heeft. Uit het dashboardkastje komt een lading papier die hij op de achterbank legt. Ze laat Jord instappen en houd Harry in de gaten tot dat ze kan instappen. In de achteruitkijkspiegel ziet ze in zijn bebloede gezicht een paar scherven glinsteren en rijdt weg.

“Is er een kaart?” Vraagt ze voorzichtig.

Jord lijkt van een andere wereld te komen. Hij pakt de stapel papieren van de achterbank. Het meeste gaat stuk voor stuk terug naar achteren. Hij geeft haar de kaart die hij bijna onderop vind. Net als die van Savannah is hij met de hand gemaakt. Maar deze heeft veel meer details. Wegen en rivieren zijn doorgetrokken en alle nieuwe dorpen en steden hebben een naam.

Ze wil hem terug geven maar Jord kijkt afwezig voor zich uit. Met de kaart op schoot rijdt ze verder. Ze wil hem vertellen dat hij niet alles kwijt is. Maar ze durft niet.

#

Met de laatste stralen zonlicht rijden ze door de straten van Delft. De landrover stopt voor een open staand hek. Een binnenplaats geeft toegang aan een loods.

“We zijn er.” Jord lijkt het niet gehoord te hebben.

“Bedankt.”

Jord kijkt haar vragend aan.

“Voor vanochtend.” Ze wist niet wat, alleen maar dat ze iets wilde zeggen. Iets waar hij wat aan zou hebben.

“Gaat het?”

“Geen idee.” zegt hij.

Ze pakt zijn arm vast. “Dit is beter dan Harry of de Wilde.”

“Ja.” zucht hij.

Uit de loods komt Kasper aanlopen. Hij lijkt alert, bijna onderzoekend naar de auto en haalt een hand over zijn baard. Eigenlijk wil ze hem nu niet zien. Hij heeft haar Jord op laten halen zonder het haar te vertellen. Ze wil hem niet toegeven dat ze Jord mag. Jord ziet hem en hij stapt uit.

“Hallo, ik ben Kasper.”

“Ik ben Jord.” Ze schudden elkaars handen.

Voorzichtig kijkt Kasper naar binnen waar Savannah hem boos aankijkt.

“Goede reis gehad?”

Ze geeft hem de laptop en doet de deur dicht. Dan steekt Jord zijn hoofd door het raam.

“Je bent er nog als ik terug kom?” Vraagt ze.

Jord kijkt vragend van Kasper naar Savannah.

Kasper antwoord. “Hij zal er zijn.”

Jord zwaait in de achteruitkijkspiegel, Kasper niet. Ze wil alleen kunnen zijn.

#####

Creative Commons License
Port Rigmar van Auke Ypma is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Gebaseerd op een werk op fiercepredictions.eu.